13 april 2008
Cornelia's
Van te voren had ze een paar keer tegen mijn moeder gezegd dat ze absoluut niet vernoemd wilde worden. Toch gebeurde het. Ik werd geboren en kreeg de naam van mijn oma, de moeder van mijn vader. Cornelia Jacoba, roepnaam Corrie. Toen mijn oma het nieuws hoorde was de wereld te klein. Iedereen moest het horen, zo trots was ze.
Toen ik een jaar of twaalf was vond ik mijn naam een tijdje vreselijk. Corrie, dat klonk wel heel erg Nederlands en ouderwets. Al mijn vriendinnetjes hadden wel een tante die zo heette, maar nooit kwam ik een leeftijdsgenoot met dezelfde naam tegen.
Wel was ik er altijd al trots op dat ik naar mijn geweldige oma was genoemd. Ik wilde altijd graag op haar lijken, later. Ze hield van het goede leven, van gezelligheid. Van piekfijne dinertjes organiseren, van veel leven in haar grote tuin met zwembad en rozenperken, van voldoende ijsjes in de vriezer voor kleinkinderen, van schilderen en eindeloos praten met vriendinnen van de bridgeclub. Ik voelde me erg met haar verbonden, en dacht zelf altijd dat een verbintenis in naam voor een sterkere band zorgde.
Met mijn zus heb ik het over vernoemen nooit gehad. Toen ze me vorige week belde dat ze bevallen was van een dochter en vertelde dat ze haar naar mij had genoemd - Charlotte Cornelia - was ik heel even verbaasd maar vooral erg ontroerd. Toen ze uitlegde waarom, waarom ik als zus en tante belangrijk was voor haar en haar gezin, deed dat me nog veel meer dan ik van te voren had kunnen bedenken. Daar zat ik dan met tranen in mijn ogen aan de telefoon.
Nu ben ik net zo trots als mijn oma destijds was. Ook al heeft niemand er wat aan, ik wil het graag vertellen. Zou Charlotte later ook op me willen lijken, net als ik dat met mijn oma had? En zouden we ons sterker verbonden voelen door een naam? In één ding komen we in ieder geval overeen: beiden kwamen we ter wereld met een enorme bos donker haar. Ook dat schept een band.
Posted by Corrie at 11:28 pm
28 december 2006
Kerststress

In de fotoalbums die mijn ouders van mijn jeugd bijhielden - ieder kind zijn eigen album - kom ik veel dezelfde dingen tegen. Verjaardagen, Sinterklaas, zomervakantie op Vlieland, schaats- en sneeuwpret, op bezoek bij opa's en oma's en huislijke taferelen zoals boekjes lezen, knutselen en in de tuin spelen. Waarschijnlijk is mijn jeugdalbum grotendeels inwisselbaar met dat van anderen, maar op een ding wijkt het af. Kerst. In de super 8 filmpjes van vroeger en mijn fotoalbums lijkt kerst niet te bestaan. Na veel bladeren heb ik alleen bovenstaande foto gevonden, en die is niet eens genomen met kerst maar met de jaarwisseling 1981-1982.
Mijn moeder heeft last van kerststress. Hoe ouder ze wordt, hoe eerlijker ze ervoor uitkomt en hoe duidelijker het zich manifesteert. Al toen wij klein waren stond kerst haar tegen, en dan vooral de consumentenkant. Een boompje met echte kaarsjes was wel gezellig, en samen dingen doen ook. Maar het kopen en het overdadige eten, dat staat en stond haar tegen. Uit protest aten we vroeger wel eens pannekoeken of erwtensoep met kerst. Wij kinderen vonden alles prima, gezellig was het toch wel.
Toen er schoonzonen mee naar huis kwamen sloeg de kookstress pas echt toe. Mijn moeder dacht dat er van haar werd verwacht dat ze rollades zou bakken of een kalkoen zou vullen. Hoe we ook op haar inpraatten dat we net zo lief zelfgemaakte erwtensoep aten, of salades met brood of kaasfondue of wat dan ook, het hielp niet. En het helpt nog steeds niet. Ieder jaar maakt ze zich weer heel erg druk over het kerstmaal, en dat is vervelend om te moeten zien. Want ze kan prima koken.
De enige manier om haar te helpen is te blijven zeggen dat het allemaal prima is, en een handje te helpen met koken. En zo aten we ook dit jaar weer heerlijk, en vooral gezellig met elkaar.
Posted by Corrie at 03:34 pm
28 juni 2006
Trouwen

Walther, Nienke, broertje Herman, Corrie, Jilles (1980?)
De eerste met wie ik wilde gaan trouwen was ongetwijfeld mijn vader. Dat werd natuurlijk niets, hij was al getrouwd, kwam ik later achter. En ja, dat leeftijdsverschil was toch ook wel groot. Mijn tweede droomman was Jan-Pieter, net als ik een paar maanden ouder dan drie en hij woonde slechts twee huizen verder in de straat. Volgens mijn moeder waren JP en ik onafscheidelijk. We struinden de hele middag rond in de speeltuin en speelden dagen achtereen buschauffeurtje onder de tafel, met een zwaar kleed afgescheiden van de rest van de wereld. Toen ik vier was had ik al kunnen weten dat de liefde niet eenvoudig is. Jan-Pieter ging verhuizen. Weg uit de straat, weg uit mijn wereld.
Toch kwam er weer een nieuwe man in mijn leven. Alhoewel man, hij had vreselijke spillebenen, een vrij groot hoofd, kon giechelen als een meisje en heette Jilles. Anders dan JP was Jilles geen man om op te bouwen en te vertrouwen, maar een man om voor op te komen, om voor te zorgen. Hij zag er zo kwetsbaar uit. Jilles was vrolijk, maar ook een beetje een bangerd. Als we ons met vriendjes uit de straat gingen verkleden durfde hij niet mee te doen. Liep mijn broertje in jurken en op hakken alsof hij ervoor geboren was, Jilles vond een knuffelbeer in zijn armen wel gek genoeg.
Ook met Jilles de Billes bleek het niet voor eeuwig te zijn. Ook hij verliet op een dag de straat, het dorp en dus mijn leven.
Om een nieuwe man te vinden zat er maar een ding op, ouder worden zodat ik zelf de straat kon verlaten. Eerst gewoon op de fiets, naar school of naar vriendinnetjes in een ander dorp. Veel later pas echt weg, om te gaan wonen in een stad met heel veel mannen.
Posted by Corrie at 04:54 pm
26 juni 2005
Opa

Klaas Rienk Postma, 4 mei 1913 - 22 juni 2005
Vandaag nam ik samen met mijn familie afscheid van onze vader, opa en overgrootopa. Ook al had hij onlangs de respectabele leeftijd van 92 jaar bereikt, zijn overlijden was onverwacht. Gisteravond spitte ik mijn schoenendoos door waarin ik bijzondere brieven en kaarten bewaar. Een van de brieven van mijn opa die ik tegenkwam, begint met de prachtige aanhef Waarde kleindochter. Hij feliciteerde me hierin met mijn afstuderen in 2000. Zijn taalgebruik mag hierin ouderwets lijken, opa hield alle ontwikkelingen in de wereld goed in de gaten. Een stukje verder schrijft hij heel modern 'het wordt langzamerhand tijd dat je je mind op gaat maken over een cadeau'.
Opa was een meteoroloog in hart en nieren. Op zijn twaalfde kreeg hij van zijn vader een abonnement op het dagelijkse weerkaartje van het KNMI, in 1938 startte zijn loopbaan daar, voor een jaarsalaris van 2000 gulden. Geleidelijk aan klom hij op tot directeur van de afdeling weerdienst. In de meteorologenwereld is de term Postma doctrine bekend, ik begrijp niet volledig hoe die werkt, maar het klinkt zo krachtig dat ik me er trots door voel. Uit de toespraak van meteoroloog Jacob Kuiper en de aanwezigheid van vele andere oudcollega's blijkt hoe mijn opa gewaardeerd werd om zijn vakkennis en grondige analyses.
Eigenlijk was hij zijn tijd altijd vooruit. Hij ontwikkelde de eerste weerkaartjes voor televisie en vond lang geleden al dat Europa zich moest verenigen. Hij was zeer maatschappelijk betrokken en volgde de wereldpolitiek op de voet. Ernstige zorgen maakte hij zich over het milieu, en met zijn sobere levensstijl was hij teleurgesteld in deze samenleving die alleen maar wil consumeren en individualiseren en niet in staat is gebleken het milieu-probleem op te lossen.
De moeilijkste nacht uit zijn loopbaan is zonder twijfel die van 31 januari op 1 februari 1953 geweest, de nacht van de Watersnoodramp. Als dienstdoend meteoroloog zag hij de ramp ruim op tijd aankomen. Samen met zijn collega Bijvoet heeft hij alles geprobeerd om een van de twee radiozenders in Hilversum - die altijd om middernacht stopten - bij wijze van uitzondering in de lucht te houden. Niemand die hij kon bereiken durfde die verantwoordelijkheid te nemen. "Die mogelijkheid werd ons die nacht ontnomen en dat gaf in de weerkamer een ontzettend gevoel van onmacht", zegt opa in een interview. Toen 's morgens de normale berichtgeving weer op gang kwam, bleek pas wat voor desastreuze gevolgen de storm in Zeeland had gehad.
Vanuit zijn woning in een flat in de Bilt kon opa de KNMI-toren zien, bij ieder bezoek werd deze dan ook trouw aan de kleinkinderen aangewezen. Ook keek hij voortdurend uit het raam naar de wolken, vooral Cumulus wolken, groot en wit, konden hem in vervoering brengen. Het huisje Scholekster op Vlieland, dat hij net na de oorlog bouwde op een stukje grond, is doordrongen van het weer. Overal in en rond het huisje hangen thermometers, barometers en regenmeters. Dankzij opa is Vlieland een plek geworden waar de hele familie gezamenlijk goede herinneringen aan heeft. Zijn laatste wens is dan ook verstrooid te worden op het meest westelijke puntje van de zandvlakte op Vlieland. Bij aflopend tij en een specifieke windrichting.
Hoe plotseling we onze karaktervolle opa, vader en overgrootopa ook moeten missen, hij zal voortleven in de wolken en in de zee.
Op zijn bureau werd na zijn overlijden het volgende gedicht van J.van Schagen gevonden, wat precies zijn wens typeert. Het gedicht bestaat origineel uit drie gedeeltes, lucht, water en aarde. Het laatste gedeelte had hij doorgestreept.
Als ik nu doodga
Zal de grote zee mij nemen
En ik zal zijn in de eindeloze golven
In de branding aan verre stranden
In het kolken van het water
Altijd hetzelfde - altijd
De grote wind zal mij nemen
En ik zal zijn in zijn eeuwig zwerven
In de drift der wolken
En in de diepe ontroering van de herfst
Altijd hetzelfde - altijd
Posted by Corrie at 10:18 pm
19 juni 2005
Afkoelen
Je voelt de hitte van het asfalt omhoog stijgen, het stokbrood is 's middags al uitverkocht, sproeiwagens rijden rondjes door de stad om de bruggen met water te koelen en de balkonplantjes moeten twee keer per dag water om niet te gaan hangen. Hoogzomer in de stad, dat is of thuisblijven met de ramen en gordijnen gesloten, of lekker naar het park.
Op zaterdag leek de hitte nog aantrekkelijk en lag ik in het Westerpark op een kleedje. Boekjes, kersen, rosé en gezelschap binnen handbereik. Het was af en toe niet te harden zo warm, maar rechtop gezeten was er toch een licht verkoelend briesje. Om een uur of half zeven had ik mijn zon quotum van die dag wel gehad, meer dan eigenlijk, want mijn rug en rechterbeen bleken na het douchen toch een stuk roder en warmer dan ik dacht. Ieder jaar weer ben ik overmoedig, denk dat insmeren niet nodig is voor die paar uurtjes en eindig steevast met verbrande lichaamsdelen. Al valt het dit jaar mee, door een eenzijdige houding voel ik alleen de rechterhelft van mijn lichaam gloeien.
Vandaag was er minstens evenveel zon als gister, maar het park lokte niet. De plannen om naar het strand te gaan, zette ik al snel uit mijn hoofd. Als ik alleen al aan zonnestralen dacht voelde ik mijn rug weer gloeien. En nu ben ik bij een eerste zonnebad blijkbaar niet zo verstandig, vandaag was ik het wel. Pas aan het eind van de middag bleek het park toch aangenaam, in de schaduw van een grote boom.
Als ik zo plakkerig warm op een kleedje in de zon lig, kan ik maar aan een ding denken. Verkoeling in het water. Een douche, de zee, een meertje, een zwembad of desnoods een verpletterende regenbui. Heerlijk. Nog beter, een privé-zwembad in de achtertuin, net als vroeger!
(1976, mama en Corrie)
Posted by Corrie at 10:38 pm
05 mei 2005
Opa

Op 4 mei werd opa 92 jaar. Hij vindt het geen dag om jarig te zijn, daarom op 5 mei deze foto. Ik ben hier ongeveer een half jaar en lig op mijn buik in de kamer, naast mijn grote zus. Opa was hier 60 en zag er echt uit als een opa. Kaal is hij bij mijn weten altijd geweest. De inrichting van de flat is ook altijd hetzelfde gebleven, op de box na dan. De stoelen rechts in een rij voor de kasten en de bank achterin de kamer. Opa zat het liefst in het linkerhoekje bij het raam, zodat hij tegelijkertijd de wolken en de Britse teletekst over het weer in de gaten kon houden. Hij was meteoroloog in hart en nieren, en kon vanuit de flat zijn werkplek zien, de toren van het knmi.
Ik vind het een wonderlijk beeld. Niet alleen omdat overgrootoma op de bank zit - die destijds ook al bijna 90 geweest moet zijn - ook omdat mijn vader zo zit te schateren op de bank. Ik zou zo graag weten waarom. Als ik inzoom heeft hij een soort boekje in zijn handen, het lijkt wit, maar of er letters in staan of foto's kan ik niet zien. Mijn moeder ziet er ook zo hip uit, een strakke boblijn en hoge fleurige kniekousen.
Ik kom uit een taaie familie. Overgrootoma werd 93, mijn oma van vaders kant werd ouder dan 90 en van mijn moeders kant is mijn opa de 90 nu ruimschoots gepasseerd en gaat oma hard richting die mijlpaal. Ik ben wel eens benieuwd wat dat zegt dat over mijn levensvoorspelling. Helaas weet ik dat het geen vanzelfsprekendheid is om zo oud te worden.
Posted by Corrie at 10:24 am
27 april 2005
Corrie zoekt fiets
Als poldermeisje heb ik heel wat kilometers afgelegd op de fiets. Fietsen was eigenlijk de enige manier om ergens te komen. Dag in dag uit fietste ik 's morgens om kwart over zeven twaalf kilometer naar de middelbare school en 's middags twaalf weer terug, langs de kaarsrechte wegen tussen de weilanden. Als je pech had met twee keer wind tegen, en bij stromende regen met plasticzakken om je schoenen.
Zelfs binnen het gehucht waar ik opgroeide deed ik alles op de fiets, lopend vond ik alles te ver, al was het twee straten naar vriendinnetje N. De laatste jaren in Amsterdam leer ik lopen pas waarderen en merk dat het best ontspannend is. Op de fiets ben ik altijd gejaagd, langzaam fietsen zit niet in mijn genen.
Nog steeds verstouw ik dagelijks heel wat kilometer op de fiets, van huis naar werk en terug. De omgeving is wel veranderd. In plaats van een polderlandschap zie ik acht kilometer achtereen bebouwde kom. Net zoveel stoplichten als vroeger koeien.
Over drie dagen is mijn fietsplezier grotendeels ten einde omdat mijn werk naar Haarlem verhuist. Dat is zelfs voor een getraind poldermeisje als ik dagelijks toch wat teveel van het goede. Treinen dus, een kippestukje naar Spaarnwoude. Om een overstap op de bus te vermijden wil ik daar een fiets neerzetten waarmee ik in vijf minuten op het nieuwe kantoor kan zijn. Dat lijkt me wel wat, een beetje openbaar vervoer en een beetje ouderwets trapwerk voor het goede gemoed.
Wie toevallig een tweedehands fiets in de aanbieding heeft mag mailen!
Posted by Corrie at 10:51 pm
14 maart 2005
Bladeren

Uren kon ik lezen vroeger. Het begon al tijdens het ontbijt, het boek scheef naast het bord met brood en hagelslag, 's middags liggend op de grond of opgevouwen op de bank, s'avonds in de auto als de koplampen van de auto achter ons meewerkte en daarna in bed. Eerst bij het flauwe licht van het kleine lampje naast mijn bed, dat ik uitklikte zodra ik de keukendeur hoorde opengaan. Mijn moeder liep de tuin in om te zien of er nog licht in de slaapkamers scheen. Na een waarschuwing desnoods verder onder de dekens.
Een van de nadelen van opgroeien in een klein gehucht als Streefkerk is dat er heel veel niet is. Zo ook geen bibliotheek. Gelukkig was daar een oplossing voor: de bibliobus! Op een vaste avond in de week parkeerde de wit met oranje bus in de dorpskern aan de voet van de kerk. Ik denk dat ik zelden een week oversloeg. Helaas mocht je maar drie boeken per keer meenemen, maar gelukkig gingen broertje en zus meestal ook. De bibliobus, eerst puur voor de boeken, later vooral een meetingpoint voor tieners. Ik heb er ooit een duoweddenschap om een slagroomtaart verloren om een reden waar ik me nu nog voor schaam, maar wel uit de doeken durf te doen.
Het ging om Langhors, uit Pluk van de Petteflet (eigenlijk vond ik Pluk van de Pletteflet altijd beter bekken). Langhors bleek een paard te zijn - het langste paard ter wereld! - en vriendin T. en ik verloren de weddenschap aan onze heimelijke liefde R. Het zal mijn eigenschap om dingen vooral op z'n Nederlands uit te spreken wel zijn, net als ik bij ICQ altijd doe deed.
De zomervakanties op Vlieland draaiden ook om lezen, maar dan op het balkon, liggend in het helmgras of met de voeten in het zand. Er waren dagen dat we twee keer per dag naar het dorp sjeesden om het quotum van drie boeken per persoon weer om te ruilen. Op vakantie lazen we dan ook stripboeken, dat ging lekker snel.
Nog steeds beschouw ik mezelf als een lezer, al komt het er pijnlijk weinig van. Rustig op de bank liggen met een boek lukt me slecht met computers, tv, week- en dagbladen om me heen die opvallender aandacht vragen. De komende twee dagen ga ik de schade in halen terwijl ik trein van Amsterdam naar Hannover, en weer terug.
Het gelukkige exemplaar op deze reis is Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Ik ben pas op bladzijde 69 maar weet al dat het een geweldig boek is. Hoofdstukjes van drie of vijf bladzijden lijken kort maar zijn het niet, er gebeurt op iedere pagina zoveel dat het me duizelt. Soms begin ik zomaar weer twee bladzijden terug, omdat ik denk dat ik zomaar wat over het hoofd gelezen kan hebben. Op een ansichtkaart die dienst doet als boekenlegger begon ik paginanummers te noteren met bijzondere zinnen, uitspraken die me deden glimlachen. De kaart raakt vol.
Fransje de Arm, de verteller uit Joe Speedboot, vertrouw ik volledig in zijn observaties. Toch is er een overweging van de tiener waar ik het niet met hem eens ben, koeien kunnen enorm diepzinnig kijken.
Koeien zijn idioot, die staan altijd maar zo'n beetje te dromen op niks af. Nee, dan paarden, als die stilstaan lijkt het of ze tenminste ergens over nadenken, echt diep nadenken over een bepaald paardenprobleem, terwijl koeien kijken zoals de hemel naar ons kijkt: groot en zwart en leeg.
Posted by Corrie at 10:32 pm
18 februari 2005
Quatre mains

De mondhoeken van het toetsenmeisje van The Dears waren het hele concert naar beneden gericht. Een uitverkochte Melkweg leek haar niet te kunnen ontdooien, ze keek ongeïnteresseerd en speelde plichtmatig haar deuntjes.
Had ik daar gestaan in de spotlights dan had ik het heel anders gedaan! In een kek jurkje swingend achter de keyboards zou ik met mijn jaloersmakende uitstraling de aandacht afleiden van de zanger.
Klinkt dromerig, maar een geheel ondenkbaar scenario is het niet. Ik heb een paar jaar pianoles gehad, maar achteraf denk ik dat ik er niet perse in uitblonk.
Iedere woensdagmiddag fietste ik naar Nieuw-Lekkerland, een dorp verder, om mijn braaf geleerde lesjes aan de juf voor te spelen. De piano stond in haar woonkamer, voor het raam aan de straat. Ik vond het maar een rare juf eigenlijk, en ook oud en ze rookte vieze sigaretten.
Als ze naast me kwam zitten op de kruk en tegen me praatte durfde ik niet meer door mijn neus te ademen. Ze stonk zo uit haar mond. Een doordringende geur die ik toen nog niet thuis kon brengen, maar alsnog met terugwerkende kracht herken als een kegel. Dit klinkt vrij ellendig misschien maar ik vond pianoles leuk. En toen mijn enthousiasme iets afnam had ik een goede externe motivator: chocola.
In mijn schriftje kreeg ik iedere week muziekhuiswerk mee. Na iedere les schreef de juf erin of ik het goed, matig of slecht had gedaan. Vijf keer goed werd beloond met een chocoladereep! Een kind vijf weken laten verlangen naar een chocoladereep van 60 cent, dat klinkt bijna als martelen.
Thuis stond de piano tegen een muur in de huiskamer, precies in de doorloop van de gang naar de keuken. Ik kon alleen maar spelen als er niemand in de kamer was, mijn moeder mocht vanuit de keuken wel meeluisteren. Maar een broertje of zus in de woonkamer, daar was ik allergisch voor. vooral mijn broertje kon me pisnijdig krijgen. Als hij door de kamer naar de keuken liep drukte hij in het voorbijgaan altijd de eerste en laatste toets in, terwijl ik aan't spelen was! Ik voel de ergernis zo weer door mijn buik golven, en zou de klep weer net zo driftig dichtsmijten als toen.
De interesse in piano verdween langzaam en de klep bleef dicht. Nog jaren heeft hij daar ongebruikt maar toch nuttig gestaan. Steeds meer fotolijstjes op z'n dak en stapels kranten op z'n klep. Vorig jaar is hij naar een ander huis vertrokken, wie weet eindelijk voor een echte muzikale carrière.
Posted by Corrie at 11:15 pm
13 februari 2005
1977
(Wegens grote drukte gister - zo kocht ik gister Calvin Klein, Sissi Boy, Zara, Tommy Hilfiger (dat leg ik later wel uit) en mijn eerste Viktor&Rolf - lukte het niet meer dit bericht op de juiste dag te plaatsen. Ik doe nu even alsof het toch nog de 12e februari is.)

Precies 28 jaar geleden werd het broertje 1 jaar. Hier zit hij trots achter zijn appeltaart, zijn rechterarmpje parmantig op de leuning. Ook als hij geen taart at waren zijn wangen bol en vaak met rode blos. Lang geleden al maakten ze plaats voor de hoekige gelaatstrekken van een man, uitstekende jukbeenderen en een strakke kaaklijn met donkere baardstoppels.
Mijn broertje is het jarig middelpunt, met zijn eerste verjaarskaarsje triomfantelijk in het midden van de grote appeltaart. Maar dat is niet het enige kaarsje, op mijn stuk taart zit er namelijk óók een! De taart mist pas twee stukken, een daarvan staat op mijn bord. Ik was nogal bezitterig vroeger, een betere illustratie is er niet. Zodra ik mijn naam kon schrijven eigende ik me bijna alles toe. In alle kinderboeken, in de deksels van spelletjesdozen en puzzels, overal schreef ik van Corrie op, in vreselijke hanenpoten.
Ik ben geen vier meer, mensen veranderen terwijl dingen hetzelfde blijven. We zitten aan de ronde lage tafel van donker hout, die nog steeds bij mijn ouders in dezelfde woonkamer staat. Vaak verplaatst, maar nu al jaren voor het groter raam achter in de kamer. Een goede plek voor winterzon, uitzicht op knotwilgen, bloemen, vogeltjes en het lokale voetbalveld.
Op bezoek bij mijn ouders drink ik nog altijd thee aan diezelfde tafel. Niet meer uit de boerenbonte theekommen, maar die staan nog wel opgestapeld in de keukenkast. De tafel heeft twee verdiepingen. Bovenop thee, koffie en koekjes, onderop stapels leesvoer; tijdschriften en krantenknipsels die nog gelezen moeten worden.
Klein? Een keer hebben mijn oudere zus en ik het gepresteerd samen rondjes te fietsen op de tafel. Zij op haar rode driewieler, ik op een plastic loopfietsje.
Posted by Corrie at 12:31 pm
24 januari 2005
Ontdooid

Toen ik gisteravond treuzelde met naar bed gaan en nog even langs de zenders zapte, bleef ik hangen bij het WK sprint, op de schaats. De laatste ritten van de tweede 1000 meter werden afgewerkt, live, dus binnen een kwartier zouden we weten wie zich het komend jaar wereldkampioen mocht noemen. Wotherspoon of Wennemars.
Schaatsen hoorde net zo bij mijn opgroeien als leren lopen en zwemmen. Met kaplaarzen en Friese doorlopers op de dorpssloot, de Molentochten waarbij papa ons voorttrok aan een stok, 's avonds naar de ijsbaan rondhangen met andere pubers, van de dorpsijsclub naar de streekclub, zaterdagochtend om half 6 op om te trainen in Den Haag, de wedstrijden op kunstijs en het jaar dat ik een paar honderd gulden won met korte baan wedstrijden in de Alblasserwaard. Met een groep vriendinnen naar Thialf om onze jongens toe te juichen, naar Inzell om buiten in de zon en tussen de bergtoppen te schaatsen, zelfs in Haastrecht was ik een keer, om, god hoe heet ie nou, Vergeer! te verwelkomen na het winnen van een grote schaatsprijs. Ik volgde een cursus schaatstraining geven aan kinderen en maakte plakboeken met knipsels uit de krant, foto's van kleine schaatsende poppetjes die ik zelf maakte tijdens wedstrijden en natuurlijk de tijdschema's en grafieken met kleurtjes.
Toen ik in 1992 naar Amsterdam verhuisde leek me dat een uitkomst voor mijn schaatscarrière. Niet meer eindeloos in de bus, of met de auto naar de kunstijsbaan, maar gewoon lekker op de fiets vanuit mijn studentenflat. Niet op zaterdagochtend vroeg op, maar gewoon door de weeks wanneer je wilt, 's middags of 's avonds. Ik heb het twee winters volgehouden, en toen was het helemaal over. Ik gruwde van de gedachte aan oranje uitgedoste malloten in Thialf, kon niet begrijpen dat ik ooit geïnteresseerd was in de rondetijden van een 10 kilometer en vond het buiten veel te koud om te schaatsen.
Toch herkende ik gisteravond, liggend op de bank, weer iets van mijn vroegere passie. Maar het enige waar mijn schaatshart nu weer warm van wordt, zijn de mannen van de 500 meter. De concentratie, felheid, en hun gespierde dijen en billen in strak gespannen pakken.
(Foto: Streefkerk 1979, papa leert Corrie schaatsen)
Posted by Corrie at 08:58 pm
23 oktober 2004
Elvis 1973

Elvis was vast jaloers geweest, had hij me als 0-jarige gezien.
Ik werd geboren als kleine rocker, met een pikzwarte vetkuif. Uiterlijke schijn, want ik was de liefste baby die een moeder zich maar kan wensen.
Posted by Corrie at 11:30 pm