« Radio | Home | Tv »

03 mei 2006

Buiten

139950905_2be95f4577.jpg

Martin Bril heeft hem al eerder dit jaar gevierd, maar voor mij was het vandaag pas echt rokjesdag. Ik heb hem doorgebracht met opgerolde broekspijpen en kniebeschermers. Het was een goed plan om te gaan fietsen naar Durgerdam en daar te gaan skaten, vond ik toen ik eindelijk de Schellingwouderbrug afsjeesde en de stad achter me liet. Zodra je het IJ over bent, ben je pas echt buiten. Om je heen weilanden met koeien en schapen, kleine dorpjes met kerktorens, rode daken en waslijnen in de tuin, riet, water met vogels en zeilbootjes.

Een eindje voorbij Durgerdam vond ik een fijn stuk gras om te zitten. Met de dijk in mijn rug en mijn gezicht in de zon, had ik uitzicht over het meer, waar het water zonder haast voort kabbelde. De vage omtrekken van elektriciteitsmasten en flatgebouwen in de verte waren de enige herinneringen aan de stad. Hoe langer ik met blote voeten en opgestroopte pijpen in het gras zat en steeds een nieuwe bladzij omsloeg, hoe minder het idee van skaten me aanstond. Gewoon buiten zijn was al genoeg. Dat ik toch nog 15 kilometer door zwermen insekten heb geskate, komt voornamelijk door een mij onbekende man.

Op het stuk gras aan het water genoten nog twee vrouwen van de zon, ieder voor zich, heel prettig. We kregen gezelschap van een onrustig manspersoon die nogal zoekend om zich heen keen, wat heen en weer drentelde en toen hij geen aandacht kreeg maar weer vertrok. Tien minuten later was hij terug, veinsde interesse in het uitzicht en liep opvallend nonchalant van de ene naar de andere vrouw. Toen hij achter mij stond zei hij "rustgevend he, die vogelgeluiden". "Hmm", antwoordde ik kortaf, wendde mijn hoofd af en sloeg een nieuwe bladzijde om. Opnieuw verdween de gedrongen man uit het zicht, achter de dijk.

Toen zijn wandeling voor de derde keer langs 'ons' stuk gras kwam - een van de vrouwen was inmiddels vertrokken - zag ik mijn middag luieren in het gras in rook opgaan. "Je fietssleutels zitten nog in je slot", zei de man die zich zonodig aan andere mensen moest opdringen. "Ik ga zo weg", zei ik, terwijl ik hoopte dat het net zo vijandig klonk als ik het bedoelde. Ik rolde mijn pijpen naar beneden en pakte mijn tas, door het lange gras hoorde ik hem de dijk weer opklimmen. Even dacht ik nog over om te blijven, maar ook de andere vrouw was inmiddels door de man verjaagd en in nog een ontmoeting met een man met een snorretje en een mintgroene ruitjesblouse had ik geen zin. Dan maar skaten.

Posted by Corrie at 03 mei 2006 23:28