« Bitch! | Home | Rundfunk »
14 maart 2005
Bladeren

Uren kon ik lezen vroeger. Het begon al tijdens het ontbijt, het boek scheef naast het bord met brood en hagelslag, 's middags liggend op de grond of opgevouwen op de bank, s'avonds in de auto als de koplampen van de auto achter ons meewerkte en daarna in bed. Eerst bij het flauwe licht van het kleine lampje naast mijn bed, dat ik uitklikte zodra ik de keukendeur hoorde opengaan. Mijn moeder liep de tuin in om te zien of er nog licht in de slaapkamers scheen. Na een waarschuwing desnoods verder onder de dekens.
Een van de nadelen van opgroeien in een klein gehucht als Streefkerk is dat er heel veel niet is. Zo ook geen bibliotheek. Gelukkig was daar een oplossing voor: de bibliobus! Op een vaste avond in de week parkeerde de wit met oranje bus in de dorpskern aan de voet van de kerk. Ik denk dat ik zelden een week oversloeg. Helaas mocht je maar drie boeken per keer meenemen, maar gelukkig gingen broertje en zus meestal ook. De bibliobus, eerst puur voor de boeken, later vooral een meetingpoint voor tieners. Ik heb er ooit een duoweddenschap om een slagroomtaart verloren om een reden waar ik me nu nog voor schaam, maar wel uit de doeken durf te doen.
Het ging om Langhors, uit Pluk van de Petteflet (eigenlijk vond ik Pluk van de Pletteflet altijd beter bekken). Langhors bleek een paard te zijn - het langste paard ter wereld! - en vriendin T. en ik verloren de weddenschap aan onze heimelijke liefde R. Het zal mijn eigenschap om dingen vooral op z'n Nederlands uit te spreken wel zijn, net als ik bij ICQ altijd doe deed.
De zomervakanties op Vlieland draaiden ook om lezen, maar dan op het balkon, liggend in het helmgras of met de voeten in het zand. Er waren dagen dat we twee keer per dag naar het dorp sjeesden om het quotum van drie boeken per persoon weer om te ruilen. Op vakantie lazen we dan ook stripboeken, dat ging lekker snel.
Nog steeds beschouw ik mezelf als een lezer, al komt het er pijnlijk weinig van. Rustig op de bank liggen met een boek lukt me slecht met computers, tv, week- en dagbladen om me heen die opvallender aandacht vragen. De komende twee dagen ga ik de schade in halen terwijl ik trein van Amsterdam naar Hannover, en weer terug.
Het gelukkige exemplaar op deze reis is Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Ik ben pas op bladzijde 69 maar weet al dat het een geweldig boek is. Hoofdstukjes van drie of vijf bladzijden lijken kort maar zijn het niet, er gebeurt op iedere pagina zoveel dat het me duizelt. Soms begin ik zomaar weer twee bladzijden terug, omdat ik denk dat ik zomaar wat over het hoofd gelezen kan hebben. Op een ansichtkaart die dienst doet als boekenlegger begon ik paginanummers te noteren met bijzondere zinnen, uitspraken die me deden glimlachen. De kaart raakt vol.
Fransje de Arm, de verteller uit Joe Speedboot, vertrouw ik volledig in zijn observaties. Toch is er een overweging van de tiener waar ik het niet met hem eens ben, koeien kunnen enorm diepzinnig kijken.
Koeien zijn idioot, die staan altijd maar zo'n beetje te dromen op niks af. Nee, dan paarden, als die stilstaan lijkt het of ze tenminste ergens over nadenken, echt diep nadenken over een bepaald paardenprobleem, terwijl koeien kijken zoals de hemel naar ons kijkt: groot en zwart en leeg.
Posted by Corrie at 14 maart 2005 22:32


