« Quatre mains | Home | Slapjes »

20 februari 2005

1902-1943

In de herfst van 2002 was ik te gast in het radio programma Plein Publiek om over mijn webcam te praten. Vast onderdeel van het programma is dat je als gast een verslaggever naar een plek ergens in Nederland mag sturen die veel voor je betekent. Mijn opdracht was Spijkenisse, waar net een gedenkteken voor Jan Campert was onthuld.

Niet zomaar een keuze. Ik ben groot liefhebber van de geniale en gevoelige zinnen van zijn zoon Remco Campert. Ook was ik, vooral als tiener, gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog en dan vooral in het lijden daarvan. Overlevenden van Auschwitz die hun verhaal deden, dat mensen zo'n onvoorstelbare hel konden overleven, ik kon het niet begrijpen en verslond er boek na boek over.

Jan Campert werd tijdens de oorlog voor zijn hulp aan joden gearresteerd door de nazi's, hij stief in 1943 in concentratiekamp Neuengamme. Zijn gedicht De achttien dooden, dat hij schreef naar aanleiding van de executie van achttien verzetsstrijders, maakt ieder jaar weer indruk. Dit jaar werd het te vroeg in de krant afgedrukt.

Ik las het vanmorgen in bed en werd overweldigd door droefheid. Dit keer niet door de woorden van Campert, maar door het artikel van anderhalve pagina waaruit blijkt dat hij niet is vermoord door de nazi's maar door medegevangenen. Meer dan zestig jaar verzetsheld en nu ineens verrader.

In een klein kadertje staat een treffende reactie van Remco afgedrukt. 'De gruwelen van de oorlog houden nooit op. De schok is groot, maar op mijn leeftijd te verdragen, denk ik. Ik zie zeer op tegen de te verwachten belangstelling van de media; ik zal dan ook een krachtige poging doen me daaraan te onttrekken.

Lieve Remco.

Update: lees vandaag ook CaMu, in de volkskrant. Ca schrijft:
Ik wil er wel voor pleiten dat Jan Camperts gedicht uit deze gruwzaamheid gered wordt. Het gedicht heeft geen schuld.

Posted by Corrie at 20 februari 2005 21:56