Wauw. Op de linkerfoto is Noor 13 dagen oud, op de rechterfoto 73. Wat zestig dagen moedermelk al niet met je kan doen. Van een hulpeloos klein jongetje (3800 gram) is hij in ruim twee maanden uitgegroeid tot een stevig kereltje van 6200 gram. Bolle wangen, lekker buikje, en heel zachte vetrolletjes op zijn dijtjes, zelfs zijn armpjes gaan al plooien vertonen.
Vergeleken met de eerste weken is hij stukken sterker, actiever en groter. Je vergeet soms bijna dat het nog een baby is als je zo de hele dag met hem bezig bent. Tot dat je hem voor het eerst naar het kinderdagverblijf brengt, zoals ik afgelopen week deed. Tussen al die rondrennende dreumesen tot 4 jaar en in de armen van een leidster zie je ineens hoe klein hij nog is. En wil je ‘m t liefst de hele dag zelf in je armen houden. Gelukkig is het weekend.
Al weken wil ik hier het ultieme stukje schrijven over Noor, onze zoon die op 21 oktober geboren is. Mijn pogingen sneuvelden al voor ik een letter had geschreven; ik kon maar niet beslissen welke foto ik erbij zou plaatsen. Die met dat oranje gebreide mutsje waar hij zo hemels lacht, als een wijs en gelukkig Tibetaantje. Een foto waarop hij in bad gaat, en je hem ziet genieten. Of de foto waar hij zijn grote verdriet laat zien (honger, uitgekleed worden, een boertje dat dwars zit). Of die waarop hij in de kinderwagen ligt. Dik ingepakt klaar om de wereld te gaan ontdekken.
Ook logisch: een foto van de eerste dag, ’s morgens gemaakt in het ziekenhuis toen we wachtten op een taxi die ons naar huis zou brengen. Dat is de foto die me aan het overweldigende gevoel doet herinneren dat ik had toen we thuis aankwamen.Voor het eerst met z’n drieën de voordeur van het nieuwe huis ingaan. De drempel over naar een nieuw leven. Een leven met Noor.
Elke foto heeft een klein verhaaltje, een nieuwe ervaring. Ik kan dagelijks genieten van de vele gezichten die hij heeft, of die ik in hem zie. Soms ongeduldig en soms zo vredig, soms serieus en wijs, dan weer ontwapend. Lief. Ik zie hem veranderen. Het allerkleinste is er al af, hij wordt stevig, lekker mollige dijtjes en bolle wangetjes. Zijn mondje krult steeds vaker in een glimlach en zijn ogen volgen steeds beter wat er gebeurt.
Gelukkig hoef ik niet te kiezen, ik laat ze gewoon allemaal zien. Op Flickr komt er elke dag een foto van Noor bij, in de Noor Daily. Ik hou van allemaal.
Voor iPhone Magazine #3 schreef ik een column over eh, de iPhone. Over Android en hoe ik mijn telefoon gebruik als kersverse moeder. Lezen? Het blad ligt net in de winkel. Voor iPhone Magazine #2 schreef ik ook een column, over verslaving. Bij wijze van Sinterklaascadeautje plaats ik hem hier:
Na honderd pagina’s over de iPhone zijn we het eens: de iPhone is een geweldig apparaat. Je kunt er zo veel mee dat je bijna zou vergeten dat er ook dingen zijn die je helemaal niet meer kunt, dat er dingen zijn die je juist verleert.
Laat ik me zelf als treurig voorbeeld nemen. In de trein zitten en naar het voorbijtrekkende landschap kijken bijvoorbeeld. Het lukt me echt niet meer. Waar ik voorheen genoot van de rust van boerderijen en koeien, van het laten dwalen van gedachten, grijp ik nu om de paar minuten naar mijn telefoon. Even checken of er nieuwe tweets zijn, of een sms’je of schokkend nieuws op Nu.nl. Ook als je er eigenlijk geen reden voor hebt, pak je het ding om de zoveel minuten op. Het is een reflex geworden. Alles wat je doet onderbreek je voor een vlugge iPhone-check. En ja, als je in de trein niets te communiceren hebt en al het nieuws al hebt gelezen, kun je altijd nog kijken of je wel 3G-verbinding hebt. En zo niet, dan klaag je daar zo snel mogelijk over op twitter.
Een film zonder dialogen en zonder voiceover. Op zich klinkt dat niet meteen als een trekker. Toch is de Franse documentaire Babies wel bijzonder. De film volgt vier babies die in verschillende culturen ter wereld komen. Van hun geboorte tot het moment dat ze kunnen lopen. Mari uit Tokio, Hattie uit San Francisco, Ponijao uit Opumo (Namibië) en Bayarjargal uit Mongolië. De documentaire toont hoe ze, net geboren, thuiskomen bij hun familie. Hoe ze de borst krijgen, hun eerste lachje, dat ze soms verdrietig zijn, hun eerste woordje zeggen en gaan kruipen.
Natuurlijk vertederend, helemaal in mijn conditie. (Vandaag 10-10-2010 is mijn uitgerekende datum… we wachten af). Maar interessanter is te zien hoe hun ouders ze stimuleren en hoe ze stukje bij beetje hun eigen mogelijkheden en de wereld ontdekken. Confronterende vond ik te zien hoe de westerse babies Hattie en Mari geen moment rust leken te krijgen en continu gestimuleerd werden. Boekje lezen, naar babygym, speelgoed, zwemmen in het bubbelbad, naar de dierentuin enzovoorts. In Namibië en Mongolië laten ze een kind zelf veel meer ontdekken. Die twee babies leken een stuk relaxter en tevredener. Komt natuurlijk ook door de omgeving. Zowel Ponijao als Bayarjargal leven in een vrij geïsoleerde omgeving. Ponjiao in een heel kleine gemeenschap van kinderen en vrouwen – de mannen zijn blijkbaar altijd op pad of wonen ergens anders – Bayargal samen met zijn broer en ouders in een Yurt op de vlakte, omringd door hun vee.
Wij moeten onze flesjes steriliseren in de magnetron. Ponjiao sabbelt aan een botje waar zojuist nog een hond op kauwde. Wij beschermen ons kind in allerlei veilige wagentjes en maxi-cosi’s. Bayarjargal kruipt tussen de grote poten van koeien door zonder dat iemand op hem lijkt te letten en terwijl hij baddert in een teiltje komt een bok met grote horens water drinken. Geweldige beelden van zo’n klein mannetje op een grote lege vlakte.
Enorme verschillen in cultuur en omgeving, maar uiteindelijk leren alle babies in anderhalf jaar lopen en worden ze geliefkoosd door hun ouders. En dat geldt vast ook voor baby’s die in Amsterdam worden geboren.
Vijf dagen wonen we inmiddels in ons nieuwe huis. Of wonen, het is nog een beetje kamperen tussen de dozen. En dat blijft zeker nog een paar dagen zo tot de keuken is geïnstalleerd – daar beginnen ze morgen mee. We zetten thee met de waterkoker, ontbijten met plastic borden en bakjes. Eten ’s avonds brood en salade, of iets warms van de afhaal. En doen kleine afwasjes in de wastafel.
Maar hier wonen is ook op een andere manier kamperen. Er is zoveel rust. Er is amper autoverkeer, zeker niet ’s nachts en laat staan met open ramen en dreunende bassen. Er is is geen continue ruis van verkeer, van de bussen, trams en scooters. Wat je hier wel hoort zijn gehakte voetstappen, een krolse buurtkat, de garagehekken van de buren, uitgelaten kinderen op het schoolplein en ’s morgens om half negen de schoolbel. Ik kom na 14 jaar Haarlemmerplein nu pas tot de ontdekking dat je ook in relatieve rust in de stad kunt wonen. Het is heerlijk! Grootste goed is om in bed te kunnen liggen en geen bovenburen en zijburen te horen. Net of we samen alleen zijn. Slapen zonder oordopjes, zonder ergernissen.
En, het is hier zo veel donkerder dat je de sterren kunt zien! Een dakterras is overdag met zon al heel fijn, maar als je ’s avonds de Grote Beer of Cassiopeia boven je aan de hemel ziet voor je naar bed gaat, is het ineens alsof je op de hei woont in plaats van in Amsterdam.
Welkom op mijn blog. Begonnen in 1998 als live webcamsite camathome. com, doe ik inmiddels meer aan woord dan aan beeld. Op deze plek komt mijn online leven samen, mijn meer dan 20.000 tweets, mijn foto's op Flickr, mijn werk voor Bright.nl en hopelijk ook gewoon weer blogs.