.. ik heb een weblog! Helemaal vergeten de afgelopen weken. Eerst omdat ik twee weken in Frankrijk was, daarna omdat ik binnen zat te mokken omdat het alleen maar grijs en nat was buiten, en nu natuurlijk omdat de zon schijnt. En dat betekent eindelijk onbezorgd varen met de Trium2 waar we zo lang aan geklust hebben afgelopen winter. Zie je ons varen, zwaai gerust en vraag om een lift. Het is die strak opgeknapte oranje boot. Die nog steeds geen naam heeft trouwens, en geen geverfde motorkist. En geen lichtjes. Maar wel twee blije kapiteins.]]>
]]>
Een paar maanden geleden treinde ik met Rickert naar Keulen om mijn verjaardagscadeau te gaan kopen: Audrey, een geweldige foto van kunstenares Martina Sauter. Ik kreeg destijds veel reacties van camathome-bezoekers met complimenten voor de foto. Een mailer heeft zelfs geprobeerd ook een exemplaar aan te schaffen. Ik geloof niet dat dat gelukt is, oplage van drie stuks. Voor iedereen die het een tof beeld vond: op het nieuwe Foam Magazine siert ie niet alleen de cover, hij staat er ook nog paginagroot en glossy in. Even uitknippen en inlijsten en je hebt er ook een aan de muur. Helaas wel zonder de twee lagen die de foto nu juist zo apart maken.
Over anderhalve week zien we weer foto's van Martina Sauter. Maar dan in Zuid-Frankrijk. Niet dat we groupies zijn, we houden gewoon van het fotofestival Les Rencontres Arles en van zonnig Zuid-Frankrijk. Ook zonder Martina Sauter - daar overigens genomineerd voor een prijs - zouden we er heen gaan.
En verder? Lekker weinig plannen. Een auto en een tent. Vier boeken, een nieuwe iPod, vrienden die ook in Frankrijk kamperen, verse baguettes met chèvre, gekeutel met een brandertje om espresso te zetten, en op zoek naar ijs om de wijn in de koelbox koel te houden. Beetje wandelen, beetje kanoën. Beetje nietsen. En foto's kijken natuurlijk.
Au revoir, tot over twee weken.
]]>
De woorden Italiaans die me na een week Sicilië nu nog bijgebleven zijn, zijn bagaglio, vino, cane en pericoloso. Bagaglio omdat mijn koffer bij aankomt op het vliegveld van Palermo niet was meegereisd. Na uren wachten op het vliegveld besloten we toch maar naar ons eerste logeeradres te gaan, Duca di Castelmonte. Dat was een goede zet, want de oude hoeve was geweldig. Allereerst werd je voorgesteld aan Oma, de vijfde generatie van dezelfde familie die er woont en werkt. Het eten was er geweldig, aan lange tafels gemixt met andere internationale gasten. De meeste producten produceerden ze zelf, het fruit, de groenten, het vlees, de wijn en het brood, dat elke morgen gebakken werd in een grote steenoven. Uiteindelijk kwam de bagaglio ook in orde, zij het pas de avond erna, dankzij ferme inspanningen van de ayurvedische receptionist die heel geduldig was.
Vino leerden we bij de tweede hacienda, Gigliotto, prachtig gelegen tussen de druivenplantages op een heuvel. Na een dag lang autorijden over kronkelige weggetjes waren we wel toe aan een ontspannen avond. Ook hier at je 's avonds deels zelf geproduceerd voedsel. Het was er wel wat stijver dan bij ons eerste adres, maar dat mocht de pret niet drukken. Fris gewassen en gekleed zaten we in het restaurant, fles rode wijn op tafel en een karaf water. Vanuit het niets dook ineens een ober op en maakte een onnodige beweging over onze tafel. Een volle fles rode wijn klokte over de nieuwe kleren van reisgenoot M. De ober leek met zijn mimiek en motoriek precies Manuel uit Fawlty Towers. De avond daarna aten we toch maar ergens anders.
Op ons derde adres, La Perciata, hadden we een eigen veranda met uitzicht over de stad Syracuse, in de verte, en de zee. We zaten er aan het eind van de middag met Italiaanse tapas en wijn. En opeens was daar de cane, de hond. Ze leek nieuwsgierig en lief, maar was vooral heel erg schuw. We vermaakten ons met het gooien van stukjes brood om 'm steeds dichterbij te lokken. De tweede avond was ie al iets minder schuw, maar sprintte nog steeds de hoek om met een stukje veroverd brood. Aanraken lukte ook niet. Op de derde avond boekten we progressie. Centimeter voor centimeter kroop hij dichterbij. Bizar genoeg durfde hij wel stukjes brood te pakken die we met uitgestrekt been tussen onze tenen hielden, maar niet uit onze hand. Voldaan door onze temsessie vertrokken we naar Syracuse om uit eten te gaan. Toen we terugkwamen was de bikini van M. in dertien stukjes verscheurd door scherpe tanden.
Pericoloso. Dat staat op allerlei borden langs de weg, en ik moet zeggen het rijden was er een hele ervaring. Het beste kun je je gewoon gedragen als Italiaan en niet zo op de regels letten. Go with the flow, prima vakantie-instelling, vooral op de weg. En ja die mannen, ook pericoloso natuurlijk, met hun donkere haar en ogen. Wie weet gingen achter al die zonnebrillen wel maffiosi schuil. Vast niet, hun bueno occhi in het voorbijgaan klonk ongevaarlijk.
Sicilië, arriverderci.
]]>
Zondagmiddag liep ik door het Rijksmuseum om eens met eigen ogen te zien waar alle toeristen in Amsterdam naar komen kijken. Goede keus, want wat waren ze goed, onze oude meesters! Het Joodse Bruidje van Rembrandt bijvoorbeeld, waar de kleding van dichtbij uit grove streken gele verf bestaat, maar het van twee meter afstand is alsof het van gouddraad is gemaakt. Die mooie warme gele kleur herinner ik me ook van de schilderijen van graanvelden van Van Gogh in het Kröller Möller. En juist die kleur had ik ook op mijn eigen foto’s verwacht.
Vorige week was ik namelijk op vakantie op Sicilië. Behoorlijk groot eiland trouwens, met veel verschillende streken. Van de vulkanische Etna tot uitgestrekte zoutvelden en van rotsachtige kloven tot goudgele graanvelden. Natuurlijk maakte ik overal foto’s van. Tijdens de afdaling in een diepe groene kloof met duizenden eeuwenoude uitgehakte grafkamers, maar ook van de paarse struiken bloeiend thijm aan de kust en de azuurblauwe zee. Thuisgekomen vielen de foto’s toch wat tegen.
Die van de steden, kust en strand waren perfect. Knalblauwe zee en hemel, precies zoals het was. Maar helaas, die o zo mooie groene kloof en goudgele graanvelden waren bedekt met een blauwe zweem. Doffig. Photoshoppen dus. Met een paar simpele bewerkingen wordt zo’n foto een stuk aantrekkelijker om naar te kijken. Even spelen met helderheid en contrast en misschien de verzadiging een tikje omhoog en je hebt een foto die wel op de realiteit lijkt. Best op te lossen dus, die problemen met de witbalans, maar nog beter zou zijn om die foto’s in één keer goed te maken.
Om mij heen zie ik steeds meer vrienden met een digitale spiegelreflex. Ze hebben allemaal een andere - Canon, Olympus, Nikon - maar zijn stuk voor stuk razend enthousiast over de mogelijkheden ervan. Portretten, spelen met scherptediepte. Ik wil het eigenlijk ook wel maar ben me er tegelijkertijd van bewust dat ik een foto nono ben. Eigenlijk gebruik ik al jaren een Canon Ixus camera. Lekker compact zodat ie altijd mee kan in jaszak of handtas. Ik doe wel eens wat dingen handmatig, maar over het algemeen staat ie gewoon ingesteld op automatisch. Ik ben een luie fotograaf dus en als je goed gebruik wilt maken van een SLR, dan moet je daar wel wat moeite voor doen.
Bij terugkomst van vakantie bleken niet alleen mijn foto’s niet zo goed te zijn, ook de camera zelf had het begeven. Iets met een ‘lens fout’ waardoor ook mijn eerdere Canon was gesneuveld. Er moet dus een nieuwe camera komen. Ga ik over op de spiegelreflex? Groter om mee te nemen, duurder, maar ook meer mogelijkheden?
Met de Olympus E-420 is het argument van te zwaar in ieder geval al opgelost. Als ik er nu ook nog de kleuren van Van Gogh mee kan schieten, dan ben ik om.
Bright 22 is bijzonder. Eén nummer, twee covers. Zoals hoofdredacteur Erwin schrijft: 'Bij de zoveelste discussie over de cover en de strijd tussen esthetiek en verkooptechniek bedachten we de perfecte oplossing en kozen voor een 'split cover': een voor de losse verkoop met toeters en bellen en een glossy cover zonder ruis voor abonnees en relaties.' De zwarte cover staat bij lezers van Bright.nl inmiddels op een niet in te halen voorsprong.
De overige 98 pagina's van het juni-juli nummer zijn gelijk. Mijn favorieten uit dit nummer: voor inspiratie het achtergrondverhaal van Adam Eeuwens over de X-Prize Foundation, waarbij particulieren miljarden investeren om bijvoorbeeld particuliere ruimtevaart mogelijk te maken. Helaas loopt Europa hierbij nogal achter op de VS. Ter vermaak: The Science of Love, een stuk van Shana Ting Lipton over datingsites die verder kijken dan profielen met hobbies, namelijk naar fysieke eigenschappen. Liefde op dna-niveau.
Beauty Quarks is ook onmisbaar. Zes pagina's mind dazzling beeld van de Large Hadron Collider bij CERN die de situatie van een fractie na de oerknal gaat nabootsen. Het beeld is adembenemend, de uitleg erbij doet je adem even stokken van ongeloof. Zoveel superlatieven. Wauw.
Zelf interviewde ik Leon Ramakers, jarenlang directeur van Mojo, over de toekomst van het concert. Wordt het over een paar jaar één grote stille disco? Nieuwsgierig? Klik.
]]>
]]>
... naar Sicilie.
]]>
Als er iets zwak is aan mijn lichaam dan zijn het mijn voeten. Ze zijn gewoon niet zo sterk als ze horen te zijn. Toen ik klein was, was het al een drama. Ik kon niet goed op houten klompjes lopen en kaplaarzen waren ook een ramp. Daar waren mijn voetjes wat te doorgezakt voor. En dus moest ik altijd goede schoenen aan met voldoende steun. Bunnies. Met steunzooltjes. En later werd het nog erger, toen kreeg ik Birckenstock sandalen. Mijn moeder droeg ze ook, maar verder? Nooit zag je in ons dorp of op school iemand met zulke achterlijke schoenen.
Ineens zie ik mezelf zitten op een stoel op de overloop, met heel veel tegenzin. Mijn moeder zorgde goed voor me, en zag erop toe dat ik oefeningen deed om mijn voeten sterker te maken. Ik moet doekjes pakken met mijn tenen en naar me toe halen.
Vorig jaar deed ik deze oefeningen weer, met een handdoek. De zwakte is er nog steeds. Mijn voeten staan wat naar binnen, ik heb altijd blaren in nieuwe schoenen, heb twee tenen waarvan de pezen wat te kort zijn en waardoor ze stijf zijn en sinds ik één keer aan een hockeytournooi mee deed een pijnlijke nagel omdat er na drie minuten speeltijd een bal op kwam. De laatste twee jaar kwam daar ook nog een stijve en zere achillespees bij. Die moet ik bestrijden met oefeningen (doe ik te weinig geef ik toe) en als het kan met niet al te slechte schoenen. En dat is best lastig, want de meeste schoenen die ik leuk vind hebben of hoge hakken, of hele platte zolen.
Deze week ben ik gezwicht. Ik heb helemaal uit eigen beweging, zonder moederlijke invloed, Birckenstocks gekocht. Vijfentwintig jaar geleden vond ik ze achterlijk, nu zijn ze door slimme marketing opeens geaccepteerd. Het was eigenlijk heel erg, ik moest buiten in de regen in de rij staan tot er plek in de winkel was. En ik heb het nog gedaan ook. Echt mooi zijn ze natuurlijk nog steeds niet, maar het is echt waar, ze lopen heerlijk.
]]>
Het was ineens zomer in de lente. Zelfs op de Wadden, die steevast in het weerbericht worden genoemd met de toevoeging 'iets koeler' wegens zeewind, was het warm dit weekend. Bij hoge uitzondering ook nog eens twee dagen windstil, zodat de vlag zielloos om de mast hing en fietsen langs het Wad ineens geen opgaaf meer was. Zelfs op het strand woei geen zand in je ogen.
Ja het strand, wat een verademing. Het was Pinksterweekend en dus topdrukte op Vlieland. De veerdiensten waren volgeboekt, de huurfietsen waren bijna op, de terrasstoelen overal bezet. En toch, op het strand was bijna niemand. Wat gezinnetjes bij het enige hotel aan het strand, een klein groepje bij de enige camping bij het strand en her en der wat forten bouwende vaders met kroost en wat verdwaalde wandelaars met honden.
Vanaf mijn nulde jaar kom ik al op Vlieland, en ben gewend aan de zomerdrukte die daar rustig is. Helmaal als je uit Amsterdam komt en wel eens naar Bloemendaal of Zandvoort bent geweest om aan het strand te liggen. Daar is het bioindustrie, met files en hooguit 2 m2 zand per bezoeker. Op Vlieland heb je vrije uitloop, waar je ook gaat.
Uitkijkend over een vlakke zee zonder golven bedacht ik me weer hoe ik van de polder en de Wadden hou. Het vrije uitzicht. Een weiland met wat koeien, een verdwaalde boom en verder blauwe lucht. In de verte misschien een polderweg of een boerderij. Zand, wat water, de schimmen van een zeilboot aan de horizon en verder lucht. Geen betonblokken in beeld, geen reclameborden, geen andere mensen, geen toeterende auto's, geen lantarenpalen, stoplichten of geparkeerd blik. Niets wat je zicht blokkeert. Gewoon lekker niks met (in je hoofd) ruimte voor alles. Heerlijk.
]]>
One Day Poem is een gedicht van Jiyeon Song. Om het vijfregelige gedicht te lezen moet je ongeveer een dag uittrekken. De woorden worden leesbaar als zonlicht door geperforeerde gaatjes in een kartonnen overkapping valt. Door de draaiende zon zijn dat in de overgang van ochtend naar middag andere zinnen.
Zie ook Zonlicht draagt gedichten voor
]]>Turn Me On, een cover van Kevin Lyttle is een van mijn favoriete livenummers, mede dankzij de heupbewegingen van Bianca.
]]>
Er schijnen twee leuke dagen te zijn als je een boot hebt. De dag dat je hem koopt, en de dag dat je hem verkoopt. Ik begon er de afgelopen weken zelf ook in te geloven. Vrijwel elk uur vrije tijd ging op aan het opknappen van onze boot. In de winter alleen de weekenden, maar de laatste maand vrijwel ook iedere avond na het werk. Na werktijd op de fiets naar Noord, daar een paar uur klussen tot het te donker werd, en weer op de fiets terug. Weken heb ik dus niets sociaals gedaan, geen krant gelezen, geen tv-series gevolg, thuis niets opgeruimd en niet gekookt. Geleefd op friet, afhaal thai, pizza, tosti's, soep en heel veel spinazie-tonijn quiches en frangie pains van Mediterranee. Nu is het bijna voorbij.
De boot ligt inmiddels weer in thuishaven Westerdok en ziet er steeds beter uit. Niet dat ie al vaarklaar is, want we zijn wat benodigde onderdelen kwijt (waterfilter, pomp en wierpot) en moeten nog een paar dingetjes in de verf zetten, waaronder de complete binnenkant in oranje en de motorkist in wit. Maar toch, de leuke dagen komen eraan, ik weet het zeker.
Wat ik in ieder geval heb geleerd deze intensieve weken:
- voortgang gaat altijd langzamer dan je denkt. Wat dat betreft is klussen net autorijden in Noorwegen. Die 300 km rijd je zo, denk je dan, maar dan moet je opeens nog 3 fjorden oversteken.
- schuren blijft vreselijk werk, ook als je het weken achter elkaar moet doen
- als ik mijn neus snoot kon ik zien welke kleur we die dag hadden geschuurd, grijs, wit of oranje
- ik ben nog steeds te ongeduldig en vind ineens dat één keer plamuren wel genoeg is
- R. is gelukkig standvastig zodat ik na twee lagen plamuur ook blij ben dat we dat hebben gedaan
- ik kan best toegeven dat ik ongelijk had (al komt dat zelden voor)
- gevulde koeken en een thermosfles thee geven de burger moed
- ik kan behoorlijk goed plamuren

- glasvezel gaat heeeeeeel erg jeuken, vooral in je wanten
- al die chemische rotzooi zoals polyester verwerken is een vies klusje, gasmaskers op dus
- de Nieuwendammerdijk is net een camping als de zon schijnt, iedereen zit voor z'n huis te socializen. Oja, en je kan er je fiets en kinderspeelgoed gewoon 's nachts buiten laten staan zonder slot.
- de truc om met (room)boter verf van je handen te krijgen werkt niet goed op een gezicht met te lange baard (stinkt!)
- mannen lullen onderling te veel om goed op te kunnen schieten, want ze kunnen echt geen twee dingen tegelijk
- de lekkerste kibbeling eet je bij de viskraam bij het Purmerplein, echt! Ik zeg, omfietskibbeling.
- polyester, epoxy, hb coating en antifouling gaan lastig uit je haar, altijd een staartje in doen dus, en dan nog opletten.
- 'je moet de verfroller het werk laten doen'
- alle benodigdheden voor boten zijn schreeuwend duur, en je moet ook nog eens ver fietsen om ze te halen
- we kunnen behoorlijk goed doorbijten

En nu wil ik varen.
Check Flickr voor de voortgang.
]]>
Van te voren had ze een paar keer tegen mijn moeder gezegd dat ze absoluut niet vernoemd wilde worden. Toch gebeurde het. Ik werd geboren en kreeg de naam van mijn oma, de moeder van mijn vader. Cornelia Jacoba, roepnaam Corrie. Toen mijn oma het nieuws hoorde was de wereld te klein. Iedereen moest het horen, zo trots was ze.
Toen ik een jaar of twaalf was vond ik mijn naam een tijdje vreselijk. Corrie, dat klonk wel heel erg Nederlands en ouderwets. Al mijn vriendinnetjes hadden wel een tante die zo heette, maar nooit kwam ik een leeftijdsgenoot met dezelfde naam tegen.
Wel was ik er altijd al trots op dat ik naar mijn geweldige oma was genoemd. Ik wilde altijd graag op haar lijken, later. Ze hield van het goede leven, van gezelligheid. Van piekfijne dinertjes organiseren, van veel leven in haar grote tuin met zwembad en rozenperken, van voldoende ijsjes in de vriezer voor kleinkinderen, van schilderen en eindeloos praten met vriendinnen van de bridgeclub. Ik voelde me erg met haar verbonden, en dacht zelf altijd dat een verbintenis in naam voor een sterkere band zorgde.
Met mijn zus heb ik het over vernoemen nooit gehad. Toen ze me vorige week belde dat ze bevallen was van een dochter en vertelde dat ze haar naar mij had genoemd - Charlotte Cornelia - was ik heel even verbaasd maar vooral erg ontroerd. Toen ze uitlegde waarom, waarom ik als zus en tante belangrijk was voor haar en haar gezin, deed dat me nog veel meer dan ik van te voren had kunnen bedenken. Daar zat ik dan met tranen in mijn ogen aan de telefoon.
Nu ben ik net zo trots als mijn oma destijds was. Ook al heeft niemand er wat aan, ik wil het graag vertellen. Zou Charlotte later ook op me willen lijken, net als ik dat met mijn oma had? En zouden we ons sterker verbonden voelen door een naam? In één ding komen we in ieder geval overeen: beiden kwamen we ter wereld met een enorme bos donker haar. Ook dat schept een band.
]]>