
Het was wel een werk, naar buiten gaan in Lapland, want aankleden vergde nogal wat laagjes. Normaal ondergoed, daarover een lange onderbroek en onderhemd met lange mouwen van merino wol, een fleecetrui, een outdoorbroek, een dunne maar winddichte goretex jas, dunne sokken, dikke sokken, sneeuwlaarzen, fleece onderhandschoenen, bovenhandschoenen, een fleece sjaal en muts. Deze kleding was warm genoeg als je in beweging was, maar stilzitten op een sneeuwscooter of op het ijs om te vissen vergt toch nog andere maatregelen.
Van de reisorganisatie kreeg je bij iedere excursie een thermo-overall en meestal ook andere dikgevoerde laarzen. Die overal deed je dus over al je laagjes, alleen je jas deed je uit. Aankleden was serious business daar, want voor je op pad ging moest je laten zien wat voor handschoenen en muts je had. Het voelde een beetje als de kleuterschool, waarbij de juf oplet dat je je jas wel dichtdoet. Vonden ze je kleding niet goed genoeg, dan kreeg je van hen de nodige sokken, bivakmutsen en handschoenen.
Onze eerste excursie was ijsvissen. Gids Köpi lette er goed op dat we alles aantrokken wat hij voorschreef, en gaf er ook nog een helm bij. Achter zijn sneeuwscooter hing een slee met rendiervellen, waarop we moesten plaatsnemen. Dat was even wennen, want met al die lagen voelde ik me een onbeweeglijk Michelinmannetje. Ook nog een helm op hielp daar niet bij. Eenmaal op de bevroren rivier was de thermo-overall onmisbaar.
Echt koud was het niet die eerste dagen, zo tussen de -5 en -10. Voor ons prima om aan de kou te wennen, maar voor de Lappen was het geen echte winter. ‘Het ijs is maar 10 centimeter dik, dat is abnormaal voor de winter. Vorig jaar was het nog 40 centimeter dik. En ik heb vaak meegemaakt dat onze ijsboren te kort waren om een gat in het ijs te boren’, zei Köpi terwijl hij een boor van een meter lang liet zien. Een warme winter dus, voor de Lappen. Toch waren mijn vingers en tenen na anderhalf uur vissen al ijskoud.
Heel koud heb ik het er niet gehad, tenminste niet de kou die je voelt als je hele lichaam verkleumd is en je denkt dat je nooit meer warm wordt. Dat heb je als je op je modieuze leren laarzen en in je fancy winterjas een half uur op het station moet wachten, in de wind. In Lapland ben je veel beter gekleed, en blijft je bovenlichaam wel warm. Helaas geldt dat niet voor je extremiteite: je hele koude tenen, striemende kou in je gezicht of gevoelloze vingers. Bij het sneeuwscooteren (met verwarmde handvaten!) was mijn rechterduim, waarmee je gas moest geven, zo koud en hard dat ik serieus dacht dat hij bevroren was en zwart zou worden. Maar gelukkig, hij zit er nog steeds aan.
De laatste paar dagen was het tussen -17 en -22, en dat is toch wel een andere ervaring dan het -8 nachtvorst in Nederland. Als je door je neus inademt voel je de haartjes en de binnenkant van je neus bevriezen. Een hele rare gewaarwording. Ook is bij -22 op een bergtop je handschoenen uitdoen om foto’s te maken niet echt aan te raden. Dat doet gewoon zeer.
Zelf zijn de Lappen nogal gelaten over de kou (gelaten en stil zijn wel een beetje de basisstemmingen van de Lap geloof ik), maar bij -30 vinden ook zij het vervelend worden. Dan starten de auto’s vaak niet meer en moeten ze aan de verwarming
Tip: maak je een tussenstop bij het sneeuwscooteren, doe de motorklep omhoog en leg daar je helm onder. Zo ontdooit je klep zodat je niet door ijsbloemen kijkt als je weer op pad gaat.
Laagjes
8 maart 2009 · No Comments
Tags: Persoonlijk
Welkom op mijn blog. Begonnen in 1998 als live webcamsite camathome. com, doe ik inmiddels meer aan woord dan aan beeld. Op deze plek komt mijn online leven samen, mijn meer dan 20.000 tweets, mijn foto's op Flickr, mijn werk voor Bright.nl en hopelijk ook gewoon weer blogs.