De spannendste ervaring in Rome was toch wel de taxirit naar het vliegveld. Met piepende banden stopte een taxi voor de lobby van het hotel. De chauffeur van een jaar of 40, oorbelletje in zijn linkeroor, stapte gehaast uit, sprintte om de auto heen en gooide onze tassen achterin. Wij hadden tijd zat om naar het vliegveld te gaan, maar hij had haast, tenminste, daar wees alles op.
Hij zat wandelaars op hun hielen in de smalle straatjes met kasseien in de buurt van het hotel. Het was half 7, de avondspits was in volle gang. Als het even kon maakte hij van een tweebaansweg een driebaansweg door zich ergens tussen te persen. Na vijf minuten hadden we al drie keer getoeterd, en een keer door rood gereden, andere automobilisten waren allemaal traag of stonden in de weg. Bij verkeerspleinen maakten we geen mooie bocht maar staken recht over, we sneden hoeken af via rare parkeerplaatsen en duistere straatjes. Hard gingen we wel, ik vermoed zelfs dat we een keer een bocht maakten op maar twee wielen.
Hoe verder we buiten het centrum kwamen, hoe breder de wegen, hoe sneller lantaarnpalen en andere auto’s voorbij flitsten. Het was alsof we in zo’n attractie in een pretpark zaten, zo’n 3D-film met bewegende stoeltjes. Op een gegeven moment reden we zij aan zij met een andere taxi. Naast elkaar hielden ze de tweebaansweg bezet, vol gas, raampjes naar beneden, om wat naar elkaar te schreeuwen. Bij een kruispunt kwamen ze naast elkaar voor een rood stoplicht tot stilstand. R en ik keken elkaar nerveus aan, ze zouden toch geen optrekwedstrijdje gaan doen? Was het eigenlijk nog wel leuk, dat scheuren door de stad? Uit de boxen klonken the best of van Michael Jackson.
Onze chauffeur knikte met zijn hoofd naar de andere taxi en zei ‘mio papa’. Het licht sprong op groen, de andere taxi zette zich dwars op de weg, zodat wij voor al het andere verkeer als een haas de weg opspoten. Goed teamwork. Na een tijdje file voor een oprit naar de snelweg toeterden we ons een weg uit de dringende auto’s en namen een alternatieve route. Over donkere landwegen met tegenliggers maakten we een gevaarlijke inhaalmanoeuvre waarbij ik heel even mijn ogen dichtdeed. Op de achtergrond zong Michael Jackson met zalvende stem ‘heal the world, make it a better place’.
Eenmaal op de snelweg was de rust er nog niet echt. De teller kroop van 130 naar 150 terwijl we op de rechterbaan iedereen inhaalden, en dan weer heel dicht op bumpers van anderen reden helemaal links. Opeens waren we er. ‘This was my fastest ride ever’, zei ik tegen de chauffeur toen we onze koffers uit de auto haalden. Hij keek trots, zei ciao en stapte weer in.
Geen van mijn vrienden had dit kunnen doen met mij in de auto. Ik had eruit gewild, gesmeekt om zachter te rijden. Maar de Italiaanse chauffeur vertrouwden we wel. Hij had zijn hele leven waarschijnlijk niets anders gedaan, net als zijn vader. En in onze tassen zaten vijf holy stickers verstopt, ter bescherming, gekocht in Vaticaanstad.
Rome
31 oktober 2007 · No Comments
Tags: Geen categorie
Welkom op mijn blog. Begonnen in 1998 als live webcamsite camathome. com, doe ik inmiddels meer aan woord dan aan beeld. Op deze plek komt mijn online leven samen, mijn meer dan 20.000 tweets, mijn foto's op Flickr, mijn werk voor Bright.nl en hopelijk ook gewoon weer blogs.