Hier in huis is vaak iets kwijt. Meestal de fietssleutel of portemonnee van R. Vaak weet ik nog wel waar ik die voor het laatst zag, of noem in een tempo met korte pauzes wat mogelijke plekken op. Jaszak, tafel, tas, broek die je gister aan had, vensterbank, hoekje van de bank. Ook ik ben wel eens iets kwijt. Zoals dat ene zwarte shirt waarvan ik zeker weet dat ik het pas ergens zag. En nee, dan voldoen die andere zeven zwarte shirts die gewoon in de kast liggen niet. Het moet die ene zijn. Drijft je tot waanzin.
Niet van groot belang, zo’n shirt, vanmorgen was het erger. iPhone kwijt. Die ochtend had ik ‘m nog gezien. Naast mijn bed, waar hij altijd ligt ’s nachts. En tussen douchen, ontbijten en wat werken achter mijn laptop had ik hem ook nog in handen gehad. Ik ging mijn eigen lijstje na: tas, bureau, tafel, en ja ook onder de stapels papieren. En dan ook nog de keuken, bij de nespresso en het plankje met de koffiekopjes. En de badkamer, misschien had ik ‘m neergelegd toen ik mijn lenzen ging indoen? Nergens te vinden. Mijn eigen telefoon bellen hielp ook niet, hij stond nog op stil. [Lees verder →]
Sinds ik een iPhone heb, heb ik ‘m vrijwel altijd bij de hand. Om te twitteren, mail te lezen, nieuws te checken of een geweldig woord te leggen met Words with Friends. Sinds een paar maanden heeft ook een nieuwe app mijn vrijwel dagelijkse aandacht, Babybump. Vandaag geeft Babybump een heuglijk feit aan: nog 90 dagen en dan is het 10-10-2010, de datum waarop we ons eerste kind verwachten. Precies, een baby! Ik ben al 26 weken zwanger.
Verhuizen na vijftien jaar is al een grote verandering, moeder worden komt daar vast dubbel en dwars overheen. Ik weet niet hoe het bij andere toekomstige moeders is, maar ik vind het allemaal nog heel onwerkelijk. Ja ik heb al een kinderwagen in huis, pas niet meer in mijn broeken en voel schoppende beentjes in mijn buik, in die zin is het heel reëel. Maar toch ook weer niet, want wat als ik straks zo’n hummeltje in mijn armen heb? Ik ben zo benieuwd hoe ik me dan voel! Wat dat betreft mogen die 90 dagen morgen voorbij zijn. Qua praktisch niet, want er moet eerst nog verhuisd worden.
Zo nieuwsgierig! Niet alleen naar wat ik dan voel, ook hoe ons kind eruit zal zien. Of het een jongetje of meisje wordt (moeilijk, een naam voor een jongen verzinnen!) en wat hij/zij van zijn vader en moeder heeft meegekregen, qua looks en karakter. Heel veel van zijn vader, hoop ik, want dat is namelijk de allerleukste en liefste die ik hem/haar toe kan wensen. En mijn humor natuurlijk.
(Volgens mijn moeder lijkt deze echofoto op mij.. eh,… oma-tunnelvisie?)
Zo nieuwsgierig als ik ben naar digitale vernieuwingen en veranderingen en ze ‘t liefst de dag dat ik erover hoor nog wil uitproberen, zo niet-avontuurlijk ben ik waarschijnlijk in mijn privé-leven. In de 37 jaar dat ik op deze aardkloot ben, heb ik pas in drie huizen gewoond. Negentien jaar in mijn ouderlijk huis in een gehucht in de Alblasserwaard, daarna vertok ik naar de grote stad om te gaan studeren. Vierenhalf jaar woonde ik in een studentenhuis op de grens van Amsterdam en Amstelveen.
Mijn laatste verhuizing dateert dus alweer uit 1996. R. was destijds uit zijn anti-kraakhuis gezet en kon na een paar maanden zwerven een huis huren van de woningbouwvereniging. Een echt huis, met alles voor jezelf. Een eigen badkamer, eigen keuken, twee kamers en een opbergzolder. En dan ook nog eens in het centrum van Amsterdam! Zo’n goed aanbod, daar wilde ik ook wel gebruik van maken. En zo woonden we ineens samen. Dat blijven we doen, gelukkig, maar over een paar maanden wel in een ander huis, aan de andere kant van de stad. Van Wessie word ik een Ossie, wie dat had voorspeld had ik voor gek verklaard.
Soms raak je ineens geroerd door een muziekstuk. Ik had dat deze week bij de YouTube-video van de Amerikaanse componist Eric Whitacre. Hij liet zijn muziekstuk Lux Arumque uitvoeren door tientallen zangers die elkaar nooit hebben ontmoet, en samen toch een harmonieus koor vormen. Whitacre verzamelde via zijn weblog en Facebook zangers, stuurde hen de bladmuziek op en liet hen een van de partijen (sopraan, tenor, alt en bas) voor hun webcam inzingen.
Uiteindelijk verzamelde hij 243 inzendingen, van mensen uit twaalf landen. Om het geheel er als een echt optreden uit te laten zien, voegde hij de 243 beelden met 3D-software samen, en zette zichzelf er als dirigent voor. Ik luister nooit naar dit soort muziek, maar vind het geweldig, in ieder geval in deze uitvoering.
Zo zie je maar waar een ‘gewoon’ ding als een webcam toe kan leiden. En over webcams gesproken, je kan er nog veel meer mee. Op 5 april is er weer Upload Cinema, met als thema deze maand ‘The art of the webcam’. Als old-timer op het gebied van webcams aan mij de eer om dit keer deel uit te maken van de redactie die de filmpjes selecteerde en om het openingspraatje te verzorgen.
Via een tweet werd ik erop gewezen dat ik op een foto op de site van AT5 stond. In een zomerse jurk met korte mouwtjes, blote benen eronder. Ik stond met gesloten ogen op de Dam te genieten van de eerste zonnestralen die ons nog sterker naar de lente deden verlangen. En omdat ik mijn ogen dicht had geknepen had ik natuurlijk niet doorgehad dat ik door een fotograaf werd vastgelegd.
Ik klikte naar de site van AT5 om te zien of ik er wel goed op stond. Bummer! Ik was het niet. Ik zie de gelijkenis zelf ook wel: donker haar een beetje over het voorhoofd, de rechte neus, vorm van de mond en de kaaklijn. Maar daar houdt het ook op. De kleding, de schoenen, that’s not me. En dan de lichaamsverhoudingen, daar herken ik helemaal niets in terug van mezelf.
Veel raarder was de tweet die @dulk me ooit stuurde: hij had me gespot in het publiek bij het optreden van Patrick Wolf op Lowlands in augustus vorig jaar. Ik was op Lowlands, en had Patrick Wolf inderdaad zien optreden. Toen ik de beelden terugkeek ging er een schok van herkenning door me heen. Ik zag mezelf. Mijn profiel, mijn ogen, mijn haar, mijn neus en mijn mond. Maar dan twaalf jaar jonger. Da’s pas een fijne dubbelganger.
Welkom op mijn blog. Begonnen in 1998 als live webcamsite camathome. com, doe ik inmiddels meer aan woord dan aan beeld. Op deze plek komt mijn online leven samen, mijn meer dan 20.000 tweets, mijn foto's op Flickr, mijn werk voor Bright.nl en hopelijk ook gewoon weer blogs.